Het behalen van het rijbewijs

Voor een gehandicapte bestuurder gelden dezelfde rijvaardigheidseisen en veiligheidsnormen als voor andere bestuurders. Zonodig wordt het voertuig aangepast om aan die eisen te voldoen en aan de mogelijkheden van de bestuurder.
Iedereen die zijn rijbewijs wil gaan halen, moet aan het CBR een verklaring van geschiktheid overleggen, waarin vragen over de lichamelijke en geestelijke gesteldheid zijn beantwoord.
Wanneer blijkt dat er geen medische bezwaren zijn om aan het verkeer deel te nemen, stuurt het CBR een uitnodiging voor een Technisch Onderzoek of voor een rijtest bij een aanpassingsdeskundige.
Een Technisch Onderzoek is er op gericht te bepalen of er aanpassingen nodig zijn en zo ja welke. Tijdens de rijtest wordt gekeken of men goed kan sturen, gas geven en remmen, en of er bijvoorbeeld snel genoeg wordt gereageerd op verkeerssituaties. In overleg met het CBR wordt voor een -eventueel aangepaste- auto gekozen. Gelukkig komt het niet zo heel vaak voor dat jongeren met jeugdreuma een aangepaste auto nodig hebben. Meestal beperkt de aanpassing zich tot het hebben van stuur- en rembekrachting en het niet mogen rijden in bestelbusjes en andere zware voertuigen.
Het uiteindelijke rijexamen wordt afgelegd bij een examinator die speciaal is opgeleid voor examens in aangepaste voertuigen. Vooraf krijgt de examinator van de aanpassingsdeskundige een rapport, waarin de resultaten en uitkomsten van het Technisch Onderzoek of de rijtest zijn opgenomen. Zo heeft de examinator de beschikking over de nodige achtergrondinformatie voor het afnemen van het examen. Na het behalen van het rijbewijs is er op termijn een herkeuring nodig.

